
Lars Hansman wint in Apeldoorn na zwaar jaar: ‘Misschien wel het mooiste moment uit carrière’
· leestijd 3 minuten Algemeen(door Thomas Reil)
Atleet Lars Hansman (18) uit Kampen wist onlangs een bijzondere prestatie neer te zetten. Anderhalve week geleden won hij in Apeldoorn op het Nederlands kampioenschap het hink-stap-springen bij de leeftijdscategorie onder 20 met een sprong van 14 meter. Dat moment betekende voor hem extra veel, omdat het volgde op een zwaar jaar met gezondheidsproblemen.
Hansman doet al bijna zijn hele leven aan atletiek. Als kind probeerde hij eerst een andere sport. “Toen ik een jaar of acht was heb ik nog één seizoen voetbal gedaan, maar dat was eigenlijk niks voor mij. Ik vond het altijd leuker om alleen te sporten. Daarom paste atletiek veel beter bij mij.” Binnen de atletiek merkte hij al snel dat niet alle onderdelen hem even goed lagen. “Ik was nooit zo van het sprinten. Hoogspringen was altijd het onderdeel waar ik de meeste punten mee kon halen.” Naast hoogspringen richt hij zich de laatste jaren ook op het hink-stap-springen. “Hoogspringen vond ik eigenlijk meteen leuk, maar hink-stap-springen doe ik nu ongeveer drie jaar. Dat ging ook steeds beter.”
Opa als inspiratie
Een belangrijke inspiratiebron voor Hansman was zijn opa, Reinier Krediet, die zelf ook atletiek deed. “Mijn opa deed vroeger ook atletiek en dat is eigenlijk de reden dat ik ermee begonnen ben.” Zijn opa had zelfs het Kamper record staan bij het hoogspringen. Dat record werd uiteindelijk door Hansman zelf verbroken. “Mijn opa sprong 1 meter 95. Vorig jaar sprong ik 1 meter 96, dus één centimeter hoger.” Dat moment was bijzonder voor hem.
“Tot dat moment was het echt mijn doel om dat record te verbeteren. Het was extra mooi dat het gebeurde tijdens het Nederlands kampioenschap, waar ik ook nog Nederlands kampioen werd.” Hoewel atletiek een individuele sport is en de druk hoog kan zijn, ervaart Hansman weinig spanning tijdens wedstrijden. “Ik ben eigenlijk altijd best relaxed. Tijdens de warming-up zet ik rustig een muziekje op en doe ik mijn voorbereiding. Daarna begint de wedstrijd.”
Zenuwen spelen nauwelijks een rol. “Ik heb er niet zo veel last van. Ik weet wat ik moet doen en ik heb vertrouwen in mezelf.” Sterker nog: grote wedstrijden lijken hem juist te helpen. “Bij wedstrijden waar het echt moet, zoals een Nederlands kampioenschap, presteer ik vaak juist het beste.”
Gezondheidsklachten
Begin 2025 veranderde er echter veel in zijn leven. Kort na zijn succesvolle indoorseizoen kreeg hij gezondheidsklachten. “Ik kreeg heel veel dorst, kramp en ik was snel moe. Toen hebben ze bloed geprikt en diezelfde middag werden we al gebeld dat het foute boel was. Ik bleek diabetes type 1 te hebben.” Kort daarna volgde nog een tweede tegenslag. “Een maand later werd ik na een festival heel ziek. Ik bleek salmonella te hebben en moest geopereerd worden. Uiteindelijk heb ik acht dagen in het ziekenhuis gelegen.”
Door die ziekte kon hij een hele tijd niet sporten. “Door de salmonella kon ik de hele zomer eigenlijk niet trainen zoals ik wilde, en ik dacht vooral: deze zomer wordt niks meer. Mijn doel was gewoon om weer bij de eerste indoorwedstrijd van het seizoen te staan.” Dat doel haalde hij. In december stond hij weer aan de start van zijn eerste wedstrijd. “Het was wel spannend na zo’n lange tijd. Het resultaat was nog niet heel goed, maar dat is logisch. Ik was vooral heel blij dat ik weer kon meedoen.”
Hansman kreeg ook advies van oud-topsporter Bas van de Goor, die zelf ook diabetes heeft. “Hij zei eigenlijk heel simpel: je moet gewoon alles doen wat je wil doen. Alleen moet je rekening houden met je diabetes.” Hansman combineert sport en school op een speciale manier. Hij zit op het CSE in Zwolle waar studie en topsport samenkomen. “We trainen daar ‘s ochtends drie keer per week, daarna hebben we les en ‘s avonds train ik weer.”
Zijn trainingsweek is intensief. “Ik train op maandag, dinsdag en donderdag twee keer per dag en op zaterdagochtend nog een keer.” De grote droom van Hansman ligt natuurlijk op het hoogste niveau. “Het ultieme is de Olympische Spelen. Daar moet je echt heel goed voor zijn.” Toch blijft hij realistisch. “Een Europees kampioenschap lijkt me misschien iets haalbaarder, maar natuurlijk droom je altijd verder. Eerst wil ik me richten op het EK onder 20 in Polen in 2027, daarna zien we wel.”





















