Brink over tweede plek legendarische race: ‘Onbeschrijflijk zwaar, maar het mooiste ooit’

IJSSELMUIDEN – Honderd procent focus. Hopen dat er niets stukgaat. Uitputting. Pure blijdschap. Wat de 24 uur van Le Mans doet met een coureur laat zich louter in superlatieven vatten. En dan nog is het niet echt in taal uit te drukken. Motorcoureur Ricardo Brink uit IJsselmuiden, die samen met drie teamgenoten tweede werd in de klasse Superstock, noemt dit WK-podium zijn mooiste moment ooit in de sport.

En dat zegt wat. Want Brink werd een jaar eerder nog kampioen in de IDM Superstock met louter overwinningen. “Dit is onbeschrijflijk. De 24 uur van Le Mans (bekend van zowel de auto- als motorsport, red.) is ’s werelds meest legendarische race waarbij het aankomt op uithoudingsvermogen.”

De aanloop ernaartoe was bijzonder. Brink had na zijn succes een jaar eerder gehoopt door te dringen tot het hoogste podium van de superbikes. Dat bleek echter tegen te vallen. De reden lag niet op sportief vlak, maar in het feit dat je wel erg veel geld moet meebrengen. Om die reden koos de IJsselmuider motorcoureur voor het FIM Endurance. Dit is een wereldkampioenschap met verder ook de 8 uur van Suzuka, de 8 uur van Francorchamps en de 24 Bol d’Or Paul Ricard.

Le Mans slaat volgens Brink echter alles. “Ruim 76.000 motorliefhebbers zijn naar Le Mans gekomen om ons in actie te zien.” Vooraf had Brink al wel het gevoel dat er wat te halen viel. Het team van Honda No Limits is gewoon goed. Dat geldt ook voor de drie andere coureurs met wie Brink de klus moest klaren. Brink: “Het gaat om twee Italianen en een Spanjaard die Italiaans spreekt. Het zijn jongens die allemaal jarenlange ervaring hebben op hoog niveau.”

“Ruim 76.000 motorliefhebbers zijn naar Le Mans gekomen om ons in actie te zien.”

Bij de 24 uur van Le Mans is het zo dat je elkaar aflost. Elke coureur rijdt een uur, heeft dan drie uur om bij te komen om daarna weer op de motor te stappen. Je rijdt als coureur zes stints. Brink: “Om je een indruk te geven: veel races bestaan uit ongeveer 17 rondes. Hier rijd je er 34 in een uur en dat zes keer.”

(Lees verder op pagina 3 van de sportbijlage)